Osteopathie en manuele therapie zijn volwaardige, medische disciplines
waarbij de manuele, diagnostische en therapeutische aanpak van functiestoornissen,
ontstaan door bewegingsverlies van welk weefsel dan ook, centraal staat.
De wisselwerking tussen structuur en functie.
Het intact-zijn van een
structuur is essentieel voor het goed functioneren ervan. Voorbeeld:
wanneer een auto een wiel heeft verloren, kan die
niet goed rijden. Het goed functioneren is essentieel voor het behoud
van de structuur. Voorbeeld: wanneer een auto te lang stilstaat gaat
hij stuk. Het is met de menselijke structuren en functies net zo.
De therapeut herstelt de verloren gegane bewegingsfunctie van een bepaalde
structuur.
Het lichaam is een biologische eenheid.
Alle structuren en alle functies
zijn met elkaar onafscheidelijk verbonden. Men spreekt van holisme.
Dat betekent dat het geheel meer
is dan alleen
maar de som van de samenstellende delen van dat geheel. Een probleem
in ons lichaam zorgt niet alleen voor lokale veranderingen maar ook "veranderingen op
afstand". Voorbeeld: een lekke autoband; er is niet alleen een
lokaal probleem (het gat in de band), maar eveneens een probleem op afstand (de auto
rijdt niet meer zoals het hoort). De therapeut weet dat een bewegingsverlies
in een voet niet alleen pijn in de voet zelf kan geven maar ook in
de lage rug.
Het lichaam bezit zelf-regulerende mechanismen.
Het lichaam bezit de
natuurlijke eigenschap zich in een zo goed mogelijk evenwicht te houden.
We zijn
er ons niet van bewust dat ons lichaam
permanent vecht tegen alle mogelijke agressies zoals klimaatsveranderingen,
microben, de zwaartekracht, etc. Door bewegingsverliezen van alle
structuren te behandelen, slaagt de therapeut erin deze zelfgenezende
krachten
te stimuleren.
De therapeut behandelt niet alleen problemen van het
bewegingsapparaat (gewrichten, spieren, pezen, etc.) maar ook bepaalde
vormen van hoofdpijn,
ademhalingsmoeilijkheden, spijs-verteringsstoornissen. De behandeling
begint met een gesprek. De therapeut informeert bij de patiënt
naar de klachten, de medische voorgeschiedenis, andere medische behandelingen,
etc.
Daarna stelt hij een klinisch bilan op: de patiënt wordt manueel
onderzocht en er wordt met andere nuttige gegevens zoals radiografieën
rekening gehouden.
De behandeling bestaat louter en alleen uit zachte manuele technieken.
Er worden geen geen medicijnen voorgeschreven en geen invasieve technieken
gebruikt (inspuitingen, chirurgie, etc.).
De therapeut behandelt niet
de ziekte, maar stimuleert de natuurlijke genezingsprocessen van de
zieke. |